MC van de Rovaart: Liebe (Liefde) 1899

Over Marinus Cornelis (MC) van de Rovaart (1871-1939) is bijzonder weinig bekend en over zijn opera's nog veel minder. Hij zette zich later in voor dilettantenmusici maar had in zijn Sturm und Drang-jaren enig succes met de opera Die verwunschene Prinz uit 1894 dat in Oostenrijk is opgevoerd, voor een Nederlandse componist geen kleinigheid. Die verwunschene Prinz is een bijzonder werk waarvan we in ons studio-opnamenproject later fragmenten hopen op te nemen, als de tekst is ontcijferd (deze is in de huidige vorm onleesbaar). Over Der Gnomenkönig/De Dwergenkoning uit 1897 en Liebe/Liefde uit 1899 is niets anders bekend dan de hetgeen de noten in de in het NMI bewaard gebleven manuscriptpartituren ons vertellen. In Liefde toont Van de Rovaart zich net als Dopper in 1894 met De Blinde van Casteel Cuillé een componist van goed in het gehoor liggende melodieën, met links en rechts een volksliedachtige inslag, zoals in het tijdens 401Concerts 5 uitgevoerde lied 'Hoort een krijger staat voor de deur'. Hierin vraagt een soldaat een meisje of hij even mag binnenkomen, omdat hij ten strijde trekt en zijn toekomst onzeker is. De strekking van de opera lijkt uit dit lied uit de eerste akte te volgen. Interessant is de contekst van zijn eerdere, zijdelings in de geest van Wagner geschreven opera's, is dat Van de Rovaart later met Loh en Grien een onvervalste Wagnerparodie schreef. Dat genre mag op een toekomstig concert met Wagner epigonen natuurlijk evenmin ontbreken!