De proloog

In de vroege jaren tachtig zocht ik als student naar goedkope oplossingen om mijn ontluikende liefde voor de opera naar een hoger plan te tillen. Voor iemand die het Italiaans nog niet machtig was, bood Leo Riemens’ Groot Operaboek in die dagen een fantastisch vertrekpunt.

Proloog

Met Riemens in de hand kon je bijna iedere opera moeiteloos volgen, omdat zijn samenvattingen precies aangaven waar de belangrijkste aria’s en ensembles zich bevonden. Wilde je vervolgens dieper op het werk ingaan, dan boden de vele antiquariaten die Amsterdam destijds rijk was een keur aan antieke, Nederlandstalige operatekstboekjes voor amper 10 cent per stuk. Dat waren oude jaren veertig en vijftig tekstboekjes van opera’s als Aida, De troubadour, De toverfluit, De ontvoering uit het serail, Godenschemering of De blanke dame. Die sterk vergeelde, maar compacte boekjes waren destijds een stuk makkelijker te gebruiken dan de onhandige LP-tekstboeken, waarbij je steeds moest schakelen tussen Italiaans, Duits, Frans en, als je geluk had, Engels.

Ik kon destijds erg genieten van het antieke Nederlandsch dat in die tekstboekjes werd gebruikt. Dat was zo mooi dat je er soms helemaal geen muziek bij nodig had. Onwillekeurig hoorde je dan de stem achter het Polygoonjournaal reciteren; bij vrouwenaria’s, dacht ik wel de stem van Koningin Juliana. Destijds wisten we natuurlijk niet dat haar leven heel wat dichter bij bepaalde opera’s stond, dan je toen kon geloven. Een 19e eeuwse componist als Van Bree had in zijn dagen beslist een prachtige opera over haar leven gemaakt.

Een bloemken

Dat dit in onze eigen tijd nooit gebeurd is, heeft diverse oorzaken, waaronder de opkomst van televisie en film. Maar dit is niet de plaats om daarop in te gaan. Het is namelijk tijd voor mijn eerste kennismaking met een Nederlandstalig lied. Aanvankelijk was het de componist van ‘Een bloemken’ waar mijn oog op viel: Nicolai. Die kende ik van Martha of de markt van Richmond, waarin de beroemde aria ‘Letzte Rose’ voorkwam!

VanDyck

De naam van de tenor op het krakerige plaatje uit 1904 of 1905 zei mij aanvankelijk niets: Ernest van Dyck. Iedere operaliefhebber zal echter het moment herkennen waarop je hart opengaat voor het wonder dat een stem een mens kan brengen. Van Dycks stem raakte mij. Ik was niet verbaasd later te lezen dat het hier om de schepper van Massenets Werther ging. Verrast was ik vooral dat het hier een Vlaamse zanger betrof, geboren te Lier als Ernest van Dijck. Zijn stem had een timbre dat zich het best laat omschrijven door de manier waarop hij het woord ‘diamantenpracht’ beklemtoont in Schumanns ‘Ich grolle nicht’. Dat was precies wat ik hoorde in Nicolai’s ‘Een bloemken’:

Daer staet een bloemken in ghenen dal,
Dat bloemken wil ic u schenken
Ende als ic ver van u wesen sal
Dan sult ghi mijns ghedenken
So diemael als ghi dit bloemken siet
So sal het spreken beghinnen:
Vergheet mij niet, vergheet mij niet
Ic sal u altijd minnen.

De combinatie van het sentimentele melodietje en Van Dijcks geparfumeerde, nasale projectie voerde mij terug naar mijn kindertijd, waarin ik eindeloos kon wegdromen op sentimentele volksliedjes als ‘Daar bij die molen’. En die stem! Wat een onbeschrijflijk mooie stem was dat!

Ik heb nooit begrepen waarom van Dycks 10 uiterst zeldzame opnamen uit 1904 en 1905 onder kenners zo negatief worden gewaardeerd. Wat ik later wel begreep was dat de componist van ‘Een bloemken’ niet de Duitser Otto, maar de in het Hollandse Leiden geboren Willem Frederik Gerard Nicolai (1829 – 1896) was. W. F. G. heeft dan wel geen opera’s nagelaten, maar tot op de dag van vandaag kan ik gebiologeerd staren naar volstrek vergeten titels van zijn cantates Hanske van Gelder, Das Lied von der Glocke (op Schillers tekst) en Thorbecke-cantate.

Ernest van Dyck had ze dan wel niet op 78-toerenplaten vastgelegd, maar ik kon niet anders dan mij afvragen hoe die cantates dan wel niet zouden klinken?...

1965

Helaas waren en zijn er geen mogelijkheden om dergelijke Nederlandstalige cantates of opera's uit de tijd van Mozart, Rossini, Bellini, Donizetti, Wagner, Verdi en Puccini te beluisteren. Zelfs de Nederlandse zang was na de oorlog uit de mode geraakt. Opera’s werden sinds de late jaren vijftig meer en meer in de oorspronkelijke taal uitgevoerd, hetgeen medio 1965 waarschijnlijk mede aan het opheffen van de Nederlandse Opera als ensemble ten grondslag lag. Er was immers geen enkele reden meer om louter Nederlandse zangers te engageren, sterker nog: die hadden destijds juist de grootste moeite met talen als Frans of Italiaans (omgekeerd pakte dat later soms curieus uit, zoals toen de Nederlandse Opera in 2011 de Poolse coloratuursopraan Elzbieta Szmytka engageerde voor de creatie van Nel/Polyandus in Peter-Jan Wagemans’ fraai geënsceneerde opera Legende.

Legendepjw

Peter-Jan Wagemans: Legende

Mr. S. A. M. Bottenheim

BOTTENHEIM

Mr S. A. M. Bottenheim: De Opera in Nederland (1946)

Maar toch… zouden er nu ècht helemaal geen Nederlandse opera’s zijn gecomponeerd in de voor het muziektheater Gouden 19e Eeuw? Het was Mr S. A. M. Bottenheims fascinerende boekje 'De Opera in Nederland' dat uitkomst bracht. Wat bleek: er zijn talloze opera’s door Nederlanders gecomponeerd in die periode en zelfs ver daarvoor al! Opmerkelijk genoeg bleek deze fraai geschreven maar bescheiden uitgave uit 1946 het enige standaardwerk dat ooit over Nederlandse opera’s verscheen. Een bijgewerkte herdruk veranderde later niets aan het beeld van opera in Nederland als een worsteling die al zo’n 335 jaar voortduurt.

1680

hacquart

De voorstelling waarvan wordt aangenomen dat ze de componist Carolus Hacquart voorstelt, de man die de eerste Nederlandstalige opera componeerde.

Het begon allemaal met De triomferende min uit 1680, van componist Carolus Hacquart en tekstdichter Dirk Buysero. Bottenheim noemde dit de allereerste echte Nederlandstalige opera, gecomponeerd ter gelegenheid van de Vrede van Nijmegen twee jaar eerder. De compositie maakt direct duidelijk dat het nog knap lastig is te bepalen wat een Nederlandse opera eigenlijk is. Hacquarts wiegje stond namelijk in Brugge. Nu viel Brugge destijds natuurlijk gewoon onder de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, maar wat te denken van de Franstalige opera’s die het Franse Theater in Den Haag in wereldpremière liet gaan? Zelfs de vraag wat nu precies een opera is blijkt in Nederland aanvankelijk belangrijker dan elders in de wereld. Op zichzelf is het natuurlijk niet moeilijk te bepalen of iets een kunst & vliegwerk is waarin de trapezeact belangrijker is dan de muziek, maar in Nederland zijn de partituren uit de 17e en 18e eeuw in veel minder groten getale bewaard gebleven dan in landen met een sterke, succesvolle operatraditie. En zelfs dan… accepteert niet iedereen De triomferende min of De bruiloft van Cloris en Roosje zonder slag of stoot als een opera.

Omweg

R-2025290

Cover art for the 6LP set '400 Jaar Nederlandse Muziek' (Residentie orkest, 1979)

Natuurlijk was ik benieuwd hoe die Triomferende min dan wel zou klinken, maar er was in de vroege jaren tachtig geen noot van voorhanden. Datzelfde gold voor alle andere titels die in Bottenheims standaardwerk voorkwamen. De enige manier om iets van mijn nieuwsgierigheid naar die opera’s te bevredigen was aanvankelijk door de 6LP-set van het Residentie Orkest, getiteld ‘400 jaar Nederlandse Muziek’, in de Openbare Bibliotheek Amsterdam aan de Prinsengracht te lenen. Behoudens enkele interessante portretjes van componisten stonden er echter geen vocale fragmenten op en dat bleek ook in het cd-tijdperk de trend.

Tot op de dag van vandaag verbaas ik mij erover dat zelfs een vermaard operalabel als CPO zich in zijn Julius Röntgen-uitgave beperkt tot zijn symfonische scheppingen en zijn kamermuziek, terwijl de laat-Romantische componist toch echt een vuistvol opera’s componeerde. Nog gezwegen van het gegeven dat componisten in die dagen juist hun opera’s als hun opus ultima beschouwden, terwijl ze hun orkestwerken en met name de kamermuziek vaak om den brode schreven.

Toch was ‘400 jaar Nederlandse Muziek’ een belangrijke uitgave, omdat meestal voor het eerst (en in sommige gevalen ook voor het laatst) muziek werd gedocumenteerd van belangrijke Nederlandse operacomponisten als Johannes Bernardus van Bree (1801-1857), Jan Brandts-Buys (1868-1939), Johan Wagenaar (1862-1941), Hendrik Andriessen (1892), Alphons Diepenbrock (1862-1921) en Daniël Ruyneman (1886-193). Zo kreeg je tenminste een vaag idee van het muzikale idioom waarin deze helden van weleer hun opera’s hebben gecomponeerd.

Een tipje van de sluier…

CATHARINA VAN RENNES

Cover art for the 6LP set 'Catherina van Rennes' (1983)

Een tipje van de sluier werd in 1983 opgelicht via de fraaie 4LP box ter nagedachtenis van de 125e verjaardag van componiste en pedagoge Catharina van Rennès. Behalve haar eigen composities belichtte de set de geschiedenis van het Nederlandse lied. Ineens waren er liederen voorhanden van ‘H. van Tussenbroek, J. Worp, J. Wierts, Viotta, Julius Röntgen, Johan Wagenaar, Willem Mengelberg (als componist), W. Rettig, Hendrik Andriessen, Tetterode en vele anderen’, aldus de hoestekst. Het schitterende boekwerk stond tjokvol foto’s van allerhande namen die in Bottenheim en soms zelfs in Riemens aan bod kwamen als deze schreven over uitvoeringen in Nederland in de jaren vijftig of zestig, maar waar je nooit eerder afbeeldeingen van had gezien. Namen als die van de sopranen Sophie Offermans-van Hove, Aaltje Noordewier en Jo Vincent (aan wie de box was opgedragen), de mezzosopranen Julia Culp, Ans Stroink en Aafje Heynis, de alten Pauline de Haan, Tilly Koenen en Cornelie van Zanten, de tenoren Jacques van Kempen en Louis van Tulder en de bariton Jos Orelio.

Naast zangersportretten was er ook een sectie met biografieën en portretten van componisten als Jan W. F. Brandts-Buys, Hendrik Andriessen, Alphons Diepenbrock, Daniël de Lange, Joh. Worp, Richard Hol én de componerende dirigenten Willem Kes, Willem Mengelberg, Kor Kuiler en jawel: W. F. G. Nicolai!

Reconstructie…

Veel andere literatuur was er in het pre-internettijdperk niet te vinden. Zoektochten in de platenantiquariaten van die dagen leverden vooral eindeloos dezelfde twee titels op voor ca. ƒ 2,50: de in 1969 collectief door Louis Andriessen, Hugo Claus, Reinbert de Leeuw, Micha Mengelberg, Harry Mulisch, Peter Schat en Jan van Vlijmen geschreven opera Reconstructie en Peter Schats Houdini, a circus opera.

Proloog

Naar mijn bescheiden mening is Reconstructie een onderschat conceptueel werk (daarover binnenkort meer op deze website), maar... ik had er wel 25 jaar voor nodig om dat zo beslist op te kunnen schrijven:

Schats scènische spektakelstuk Houdini, a circus opera was misschien een werk dat op langspeelplaat niet optimaal uit de verf kwam, maar dankzij dit videofragment uit de archieven van het Nederlands Theater Instituut is nu duidelijk dat de aanwezigen bij de spraakmakende wereldpremière in de piste van Koninklijk Theater Carré getuige waren van een bijzondere creatie:

Ithaka

 Otto Ketting

Pas in 1986 kregen Reconstructie en Houdini, a circus opera gezelschap in de knakenbakken van mijn favoriete Amsterdamse antiquariaat Concerto. Dat gebeurde kort nadat De Stopera, tegenwoordig Het Muziektheater geheten, opende met Otto Kettings opera Ithaka. Een feestelijke opening die vergezeld ging van een heuse plaatopname!

Ik herinner mij dat ik teleurgesteld was dat dit mooie nieuwe theater (nou ja, ik vond het mooi...) opende met een Engelstalig Nederlands werk. Om maar met een popzanger van die jaren te spreken was dat achteraf een sign of the times. Maar de plaat is inmiddels een gekoesterd bezit, omdat ze nooit op cd is verschenen. Hier de opening van de proloog, waar sopraan Charlotte Margiono in haar rol van Angel ‘als een duistere vogel de bar betreedt’:


Vlaamse opera’s

Hoewel het niet lang duurde voor ik een groot deel van de opera’s die Riemens in zijn Groot Operaboek vermeldde had verzameld, bleek het uiterst lastig om Riemens compleet te krijgen. Sterker nog, dat is tot op de dag van vandaag nooit gelukt. Want uitgerekend die vermaledijde twee Vlaamse opera's van Jan Blockx, De herbergprinses en De bruid der zee, ontbreken.

Jan Blockx
Litho: Jan Blockx (portrait)

Ik kon nauwelijks geloven dat er geen opnamen van bestonden, want waar Reconstructie, Houdini en Ithaka geen enkele latere editie van Riemens haalden, bleven De herbergprinses en De bruid der zee nog vele herdrukken lang als repertoire-opera’s vermeld in Het Groot Operaboek.

Complete opnamen zijn tot dusverre helaas niet boven water gekomen, maar... in 2006 verschenen twee Belgische cylinderopnamen van een aria uit ieder van de twee werken, op de fraai gedocumenteerde 2CD set Opera.be ‘De collectie van Yves Becko’. Met name het fragment uit De bruid der zee, 'Het waren twee koningskinderen',  gezongen door de bariton Laurent Swolfs, fascineerde mij.  In tegenstelling tot het Franstalige fragment uit Princesse d’auberge werd deze aria namelijk in het Nederlands gezongen (Pathé 50046-9459/CD opera.be © Collection Yves Becko):

Groot was mijn vreugde toen ik in 2010 bij een Vlaamse verzamelaar de tweede akte van een verloren gewaande Nederlandstalige uitvoering van De herbergprinses terugvond. Dit was een echte opera, volks en met melodie, zoals de werken van een Mascagni of een Eugène d’Albert, maar dan in prachtig Nederlands, vooruit, Vlaams gezongen:


Prinses Zonneschijn

PAUL GILSON

Tekstboek van Paul Gilsons opera Prinses Zonneschijn.

Op zoek naar De bruid der zee en De herbergprinses vond ik tussentijds nog de gekste dingen: opnamen van opera’s van Paul Gilson, August de Boeck en Guillaume Landré bijvoorbeeld. Dat waren sprankelende, prachtige werken! Met name Gilsons Wagneriaanse Prinses Zonneschijn uit 1904 fascineerde mij zo, dat ik nieuwsgierig werd naar hetgeen er in het fin de siècle in Nederland en Vlaanderen nog meer was gecomponeerd. Hier een fragment uit de opening van Prinses Zonneschijn dat mijn enthousiasme voor deze in Klimtiaanse kleurenpracht georkestreerde opera illustreert:

401NederlandseOperas.nl

opera vdm 01

Ik zou hier graag schrijven dat momenteel het ultieme overzicht in beeld en geluid is gepubliceerd, maar helaas is dat niet zo. De onvolprezen Louis Peter Grijp publiceerde tussentijds weliswaar een even fascinerend als indrukwekkend overzicht van de Nederlandse Muziekgeschiedenis met daarbij een prachtige cd-box waarvoor hij een standbeeld verdient, maar... de operageschiedenis speelt daarin slechts een bijrol. Dat prikkelde mij tenslotte zo, dat ik op zoek ging naar antwoorden op alle vragen die ik omtrent Nederland en zijn operageschiedenis had.

Precies zoals dat eerder met mijn studies naar tenor Franco Corelli en sopraan Hariclea Darclée ging, raakte ik meer en meer gegrepen door hetgeen ik vond. Om te beginnen waren dat vooral vele honderden titels en namen van vergeten componisten. Al zoekende vond ik medestanders als Jan Jaap Kassies en Bas ten Have. Maar ook instituten en archieven als Het Nederlands Muziekinstituut, Het Muziekcentrum van de Omroepen en Het Muziekcenrum Nederland verwelkomden het initiatief.

Aldus ontstond vanzelf het fundament van het gedetailleerde, maar toegankelijk overzicht van 335 jaar Nederlandse Opera’s, dat wij in de komende twee jaar zullen voltooien.

In een duet met zusterwebsite 401dutchdivas.nl bericht 401nederlandseoperas.nl over de vorderingen van het onderzoek. Tegelijkertijd brengt het actuele ontwikkelingen in de wereld van Nederlandse vocale klassieke muziek in kaart via een agenda van premières, cd/dvd-producties, beschrijvingen van opera’s, componistenportretten en muziekvoorbeelden.


RS

 

Composers/Opera's van de maand